Wikia


Diep geroerd over het geluk van zijn stamhuis.Edit

De arbeid duurde zes en twintig minuten en was zeer pijnlijk. Het kind was met de beenen vooruit in de wereld gekomen en er werd vrij wat moeite vereischt om het hoofd vrij te krijgen. De Keizer wachtte, bleek als een doode en geheel buiten zich zelven, alles in zijne kleedkamer af. Eindelijk was het kind geboren. Toen ijlde de Keizer het vertrek in, omhelsde de Keizerin met eene buitensporige teederheid, en sloeg geen oog op het kind, dat men voor dood hield. Het bleef ook inderdaad zeven minuten liggen zonder eenig teeken van leven te geven. Men blies het eenige droppels brandewijn in den mond: men klopte het zachtkens met de vlakke hand op het ligchaam, en bedekte het met doeken: eindelijk gaf het geluid.
De Keizer scheurde zich uit de armen der Keizerin los om dien zoon te omhelzen, wiens geboorte voor hem de hoogste gunst van de fortuin was. Hij scheen ten toppunt van blijdschap: hij verliet beurtelings de moeder voor den zoon, en den zoon voor de moeder, en konde zich niet verzadigen van den een’ en de andere aan te zien. Toen hij weder in zijne kamer kwam om zich te kleeden, glinsterde zijn gelaat van vreugd. Mij in het oog krijgende, zeide hij: ”Wel nu, CONSTANT! nu hebben wij een’ fikschen jongen, die zich aardig bij de ooren heeft laten trekken.” Op deze wijze berigtte hij het nieuws aan iedereen, dien hij tegenkwam. Het was in die uitboezemingen van huisselijke blijdschap, dat ik heb leeren zien, hoe die groote ziel, die men voor niets dan voor den roem meende gevoel te bezitten, diep was geroerd over het geluk van zijn stamhuis.
  • GEDENKSCHRIFTEN van CONSTANT, eersten kamerdienaar des Keizers. AMSTERDAM, bij G.J.A. Beijerinck. 1832