Wikia


Lamentabele brief van zijne Majesteit den Koning van Westphalen.Edit

Vereerenswaardigste Heer Broeder!
Ik sta hevige pijnen uit, en, zoo als het spreekwoord zegt: Holland is in last. Vooreerst heb ik mij in mijnen glorierijken veldtogt van voorleden jaar zoo vermoeid, dat ik, om maar eenigszins weder tot krachten te komen, dagelijks versterkende baden gebruiken moet: maar daar toe, helaas! begint mij nu geld te ontbreken, en mijne onderdanen weigeren ronduit mij een penning meer te geven, zoo dat ik weldra honger zal lijden, gelijk uwe Majesteit in Moskow heeft moeten doen. Ten tweeden zijn mij, door uwe Majesteits rugwaartsche beweging, die duivelsche Russen zóó digt op den hals gekomen, dat ik mij van angst niet weet te bergen, verbeeldt u eens, er zijn ook Pruissen bij! in mijn land is reeds alles in volle vreugde, en dreigt zich in openbaren opstand met hen te vereenigen, dewijl zij het onder de vorige regering zoo goed, en onder de mijne zoo voorbeeldeloos slecht gehad hebben. Ik verzoek u derhalve vriendelijk, maak toch dat ik soldaten krijg, op dat die fatale Russen en Pruissen verdreven worden, en zend mij geld, op dat ik mij baden en goed eten bekomen kan. Moet gij echter zelf, volgens het spreekwoord, op uw’ laatsten stoel zitten, doe mij dan toch het eenigste plaisier en huur eene kamer in het Palais- Royal voor mij en zorg dat ik dáár goed gezeldschap aantreffe. Op de eerste tijding hiervan vlieg ik naar Parijs, en als mijn broos ligchaam niet op de reis invalt, druk ik u met onveranderlijke liefde aan mijn broederlijk hart.
  • BONAPARTES KREEFTENGANG in ONDERSCHEPTE BRIEVEN EN ANEKDOTEN AMSTERDAM, bij E. Maaskamp.


Externe linksEdit

Wikipedia: Jérôme Bonaparte