Wikia


Protest van den Keizer Napoleon.Edit

Ik protesteer bij deze plegtiglijk, voor het aangezigt van God en menschen, tegen de verkrachting mijner meest geheiligde regten, in de gewelddadige beschikking over mijnen persoon en over mijne vrijheid, ik kwam vrijwillig aan boord der Bellerophon. Ik ben de gevangene van Engeland niet, maar wel deszelfs gast. Zoodra ik aan boord der Bellerophon voet had gezet, bevond ik mij op de haardsteden des Britschen volks. Indien het Britsche gouvernement door den kapitein der Bellerophon bevel te geven mij, zoo wel als mijn gevolg, aan zijn boord te ontvangen, alleenlijk bedoeld heeft mij eenen valstrik te spannen, zoo heeft het deszelfs eer verbeurd, en deszelfs vlag geschandvlekt.
Indien deze daad derzelver voleindiging verkrijgt, zullen voortaan de engelschen zich bij Europa te vergeefsch op hunne regtschapenheid, wetten en vrijheid beroemen. De britsche goede trouw zal, in het schennen der gastvrijheid op de Bellerophon, verloren gegaan zijn.
Ik beroep mij op de geschiedenis. Zij zal vermelden, dat een vijand, die gedurende twintig jaren tegen het engelsche volk krijg voerde, in zijne ongelukken, vrijwillig eene wijkplaats onder deszelfs wetten kwam zoeken. Welk meer schitterend bewijs van zijne achting en van zijn vertrouwen kon hij bij mogelijkheid geven? Doch welke wedervergelding gaf Engeland voor zoo vele grootmoedigheid? Men nam den schijn aan dezen vijand eene gastvrije hand toe te reiken; en toen hij ter goeder trouw die aannam werd hij opgeofferd.
4 Augustus 1815.
(get) NAPOLEON,
  • NAPOLEON IN BALLINGSCHAP of STEM UIT St. HELENA, Barry E. O’ Meara, DORDRECHT, bij Blussé en Van Braam 1822


Aankomst op St. Helena.Edit

Zondag 15.Aankomst op St. Helena.Bij het aanbreken van den dag aanschouwde ik het eiland op mijn gemak en van zeer digt bij: deszelfs gedaante kwam mij eerst vrij aanmerkelijk voor, maar verkleinde naarmate wij nader kwamen. Eindelijk lieten wij tegen den middag, den 70sten dag na dat wij Engeland, en den 110den na dat wij Parijs verlaten hadden, het anker vallen, hetzelve raakte den grond, en werd alzoo de eerste schakel van den keten, die den nieuwen Prometheus op zijne rots zoude vastklinken.Op de ankerplaats troffen wij een groot gedeelte van de schepen van ons eskader aan, welke zich van ons verwijderd, of welke wij, als slechte zeilers achter gelaten hadden; zij waren evenwel reeds sedert eenige dagen aangekomen: een bewijs te meer van de groote onzekerheid van alle zeeberekeningen.De Keizer heeft zich, tegen zijne gewoonte gekleed, en is zeer vroeg op het dek verschenen; hij plaatste zich in een van de boorden van het schip, om het strand van nader bij te beschouwen. Tusschen de verbazend dorre en kale rotsen, welke zich hemelhoog verhieven, zag men een soort van dorp ingesloten liggen: elke platte oppervlakte, elke opening, alle de spitsen waren met stukken geschut overdekt. De Keizer doorliep alles met zijnen kijker; ik stond naast hem, vestigde gestadig mijne oogen op zijn gelaat, doch konde daarop niet de minste indruk ontwaren; en dit was toch voortaan, misschien voor altijd zijne gevangenis! misschien zijn graf! . . . . Welke gewaarwordingen moest ik hier bij ondervinden of te kennen geven! Kort daarop ging de Keizer weder naar binnen, liet mij ontbieden, en werkte met mij als naar gewoonte.De Admiraal, die reeds vroegtijdig aan wal gestapt was, kwam tegen 6 ure zeer vermoeid terug: hij had alle plaatsen doorlopen en meende een geschikt verblijf gevonden te hebben, doch aan hetwelk verbeteringen moesten gemaakt worden: deze vereischten ruim twee maanden. Reeds drie hadden wij in onze houten gevangnis doorgebracht, en volgens de naauwkeurige bevelen der Ministers moesten wij daarin zoo lange vertoeven, tot tijd en wijle onze kerker op het land in gereedheid zoude gebragt zijn. De Admiraal evenwel, ( dit zij tot zijnen lof gezegd, ) was niet in staat, dit wreedaardig bevel ten uitvoer te brengen.Met een gelaat, waarop de glans van inwendig genoegen doorstraalde, kondigde hij ons aan, dat hij op zich nam, om ons des anderendaags aan wal te zetten.
  • GEDENKBOEK van St. HELENA, van den Graaf Las Cases. DORDRECHT bij Blusse en Van Braam. 1823