Wikia


Intogt van hunne Majesteiten binnen Amsterdam.Edit

De intogt van hunne Majesteiten binnen Amsterdam was allerluisterrijkst. De Keizerin in eene kales gezeten, die met de allerschoonste paarden bespannen was, ging den Keizer eenige uren voor, alzoo deze den intogt te paard wilde doen. Hij verscheen weldra, van een’ luisterrijken staf omringd, die stapvoets voortreed, schitterende van goud en borduursels, te midden van het gejuich der omringende menigte. Men bespeurde, onder alle de eenvoudigheid van zijne kleeding, eene groote weltevredenheid, en mogelijk wel een regtmatig gevoel van hoogmoed, verwekt door het onthaal, hetwelk zoo wel hier, als overal elders, zijn krijgsroem hem verschafte. Driekleurige vaandelen en guirlandes aan de vensters der huizen vastgehecht, versierden de straten, langs welke Hunne Majesteiten heen moesten gaan: en hij, die drie jaren later als vlugteling bij den nacht op het paleis der Tuilerien moest wederkomen, na vrij wat moeite gehad te hebben om zich de deuren van het paleis te doen openen, ging nu nog door de zegebogen heen met een’ roem, welken geene nederlagen noch ontrouw der Fortuin bezwalkt hadden. Deze overdenking valt mij smartelijk; doch zij komt mij ondanks mij zelven voor de geest, alzoo nimmer eenig jaar, gedurende zijn gansche Keizerschap, door zoo vele feesten, zegvierende intogten en volksvermaken gekenmerkt is geweest, dan juist het jaar, hetwelke de rampen van het jaar 1812 voorafging.
  • GEDENKSCHRIFTEN van CONSTANT, eersten kamerdienaar des Keizers. AMSTERDAM, bij G.J.A. Beijerinck. 1832


Externe linksEdit

Wikipedia: Amsterdam